Projectleider Ineke van Buren gaf een interessante presentatie over het Centrum Kinderhandel Mensenhandel tijdens de Najaarsbijeenkomst van de Kring Noord- en Oost-Nederland en VVTNN op 22 november 2014 in Hoogkerk (Groningen). Het CKM is genomineerd voor de NRC Charity Awards 2016!
[door Agnes Roozeveld – op basis van een verslag van Greet Damhoff]
Tolken en vertalers kunnen o.a. in het sociale, het medische en het juridische domein te maken krijgen met slachtoffers van mensenhandel. Reden om daar eens wat meer over te horen. Wat is het, hoe herken je het en wat kun je het beste doen? Het Centrum Kinderhandel Mensenhandel, een van oorsprong Friese maatschappelijke organisatie die onafhankelijk van de overheid opereert, heeft zoveel expertise opgebouwd dat het regelmatig door artsen, politie en justitie wordt ingeschakeld.
Slavernij in Nederland?
In deze tijd? Jazeker, dat bestaat. Het betreft dan geen geketende roeiers op een galei of batterij-kinderen zoals in India. Nee, het gaat om een minder zichtbaar fenomeen.
We vinden verborgen slavernij vooral veel in de prostitutie. Dat kan, vertelt Ineke, in ons land opmerkelijk genoeg zowel in het ‘legale’ en het ‘illegale’ circuit het geval zijn. Deze vorm van mensenhandel is een enorme internationale successtory voor criminelen.
Voodoo-vloek
Door de lucrativiteit, lage pakkans en dito straffen stoot vrouwenhandel al bijna de drugshandel van de troon. Hoe gaat dat in z’n werk? Je zet iemand onder druk d.m.v. torenhoge schulden, een strafblad, bedreiging van familieleden of desnoods een voodoo-vloek. Armoede en onbekendheid met de Nederlandse maatschappij spelen een grote rol. Daardoor zijn buitenlandse vrouwen extra kwetsbaar.
Andere vormen van uitbuiting zien we in Nederland (maar dus alleen als we goed kijken) bij Poolse metaalwerkers in de bouw, waarover de rechtbank in Rotterdam onlangs een uitspraak heeft gedaan. Oost-Europese aspergestekers zijn eveneens vaak het slachtoffer. Hierover is in 2013 veel te doen geweest.

1.561 – maar dat zijn alleen de slachtoffers die in beeld kwamen. STEM hier voor het CKM bij de NRC Charity Awards 2016
Orgaanhandel
Ook in de orgaanhandel is het prijs. Vooral via Facebook kunnen mensen de ellenlange wachtlijsten omzeilen door met schimmige organisaties in zee te gaan. Die betrekken de innig gewenste organen bij onfortuinlijke personen die door enorme financiële problemen of anderszins gedwongen worden een nier af te staan. Verder kunnen we denken aan het bedelen door Roemeense Roma. Deze mensen worden in busjes verspreid over diverse locaties en onder druk gezet om op een of andere manier inkomen te vergaren.
Uitbuiting speelt bij dit alles dus een grote rol.
——————————————————————————–
Van belang is artikel 4, lid 1, EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, kortweg Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens), de belangrijkste missie voor CMK:
“Niemand mag in slavernij of dienstbaarheid worden gehouden.”
Wat mensenhandel is staat ook omschreven in artikel 273f van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht.
Mensenhandel is wereldwijd de op één na grootste criminele handel, na drugshandel. Grote maffia-organisaties stappen steeds vaker over van drugs naar vrouwen of combineren beide disciplines.
Ineke van Buren is projectleider bij het Centrum Kinderhandel Mensenhandel (CKM). Hierin werken Fier en Terre des Hommes samen. Fier is een landelijk werkend expertisecentrum met een 24-uurs crisisopvang en verblijfs- en behandelvoorzieningen voor meiden, (jonge) vrouwen en kinderen uit het hele land. De hoofdvestiging is in Leeuwarden, met een dependance in Amsterdam. Fier is in 1978 begonnen met vrouwenopvang en groeide uit tot hét landelijk expertise- en behandelcentrum op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties.
————————————————————————————————————————————————————————–
Wat maakt mensen kwetsbaar voor uitbuiting en mensenhandel?
De kwetsbaarheid wordt verhoogd door:
- een laag IQ;
- psychische aandoeningen: bijvoorbeeld veel Nederlandse meisjes met ADHD; deze meiden zoeken bepaalde uitdagingen en vallen dientengevolge voor de verkeerde jongens;
- een verleden met een gebroken gezin, waarbij ook sprake kan zijn van misbruik in vroegere jaren;
- afkomstigheid uit oorlogsgebieden; reden waarom er veel rondom asielzoekerscentra wordt geworven;
- armoede, vaak in combinatie met andere problemen.
Het CKM doet veel aan voorlichting op scholen.
“Waarom lopen ze niet weg?”
In de Groningse wijk Nieuwstad, bekend om de daar al decennia welig tierende prostitutie, werken veel Bulgaarse vrouwen. Eén van hen wilde na acht jaar prostitutie uit het vak stappen. Omdat deze vrouw altijd lachte, werd aangenomen dat ze geen problemen met haar werk had. Door belastende verklaringen werd de handelaar uiteindelijk toch opgepakt en er kwam een rechtszaak: de handelaar werd onder meer ten laste gelegd dat hij, na aftrek van kosten, twee miljoen euro contant had verdiend aan deze vrouw.
Loverboy-technieken
Waarom lopen vrouwen niet weg? Omdat ze worden gedwongen door middel van loverboy-technieken, een groeiend verschijnsel bij ook Oost-Europese handelaren. Stap voor stap maken de handelaren de vrouwen steeds afhankelijker, om hen tenslotte de prostitutie in te manoeuvreren. De loverboys wenden allerlei schulden voor en schuwen geen geweld.
Een ander dwangmiddel is sexting: foto’s van lichaamsdelen maken en op social media zetten. Uit Noord-Brabants onderzoek blijkt dat één op de vijf Nederlandse meisjes hiervan het slachtoffer wordt.
Ook meiden officieel strafbaar of schuldig maken is een pressiemiddel, bijvoorbeeld het aanzetten tot winkeldiefstal of als het als drugsrunner laten fungeren. Degenen van tussen de 14 en 23 jaar die bij het CKM terecht komen, hebben bijna allemaal een strafblad.
Een ander probaat middel is het plaatsen van een foto van bijvoorbeeld hun zusje op sociale media-sites.
Bij buitenlandse vrouwen komt het veel voor dat de souteneurs eisen dat er zonder condoom wordt gewerkt om meer geld te verdienen. Gevolg is wel dat er zwangerschappen ontstaan. Ook dat trekt weer een bepaald segment mannen extra aan. Baby’s zijn uitstekend geschikt om de moeders mee onder druk te zetten. Ze worden uiteindelijk vaak verkocht (!).
Coldfish
Voodoo is een beproefde methode van West-Afrikaanse misdaadsyndicaten, zoals de Nigeriaanse bende die onder de naam “Coldfish” is opgespoord en aangeklaagd. De slachtoffers zijn veelal vrouwen uit de Pinkstergemeente of de Katholieke Kerk. Ze worden meegenomen naar een voodoopriester die een vloek uitspreekt.
Als de vrouw zich niet houdt aan de ‘afspraken’, wordt ze gepakt. Allerlei ongelukken lijken vanaf dat moment het gevolg van de vloek. Vaak zien we een littekentje op hun schouder. De vloek wordt versterkt door bijvoorbeeld een voodoo-popje. Deze vrouwen, eenmaal in de prostitutie gebracht, moeten “schulden” van tussen de 50.000 en 100.000 euro terugbetalen. Bijkans onmogelijk; je ziet veel van deze vrouwen dan ook terugkeren in het vak, want ook na een strafzaak als “Coldfish” blijft de schuld bestaan.
Het CKM werkt samen met kerkelijke instellingen, ook in Afrikaanse landen, om de vrouwen weerbaarder te maken tegen deze voodoo-praktijken of hen ervan te “genezen”.
Lichamelijke en psychische gevolgen van mensenhandel
Vaak wordt vergeten dat er naast psychische gevolgen ook lichamelijke trauma’s zijn. Besneden meisjes die in de prostitutie belanden, zijn extra vatbaar voor schadelijke aandoeningen. Hulpverleners en ook artsen “zien” dit vaak over het hoofd. Soa’s (seksueel overdraagbare aandoeningen) komen veelvuldig voor.
Weliswaar wordt met posters aangegeven dat condooms verplicht zijn, maar de realiteit is anders. Door de vele contacten lopen zowel de vrouwen gevaar, als de klanten en hun andere partners en familieleden.
De vrouwen moeten vaak in hun peeskamertje wonen en slapen, hetgeen de hygiëne en geestestoestand niet ten goede komt.
Zwangere vrouwen vinden soms nog wel de kracht om weg te lopen; niet voor henzelf maar voor hun ongeboren kind of baby. Voor jonge kinderen zijn de omstandigheden zeer ongezond; de spanning van de moeder wordt “overgedragen” op het kind, al voor de geboorte. Het kindje is vaak aanwezig als de moeder aan het werk is. En verder ontstaan er tussen moeder en kind hechtingsproblemen met alle gevolgen van dien.
Psychische klachten volgen o.a. uit het PTSS (posttraumatische stresssyndroom) met ook lichamelijke gevolgen. De ondervonden lichamelijke klachten leiden ertoe dat de onderliggende psychische problemen pas veel later in beeld komen. Door alle spanningen ontstaat er een verhoogde adrenalineproductie in het lichaam, waardoor de hersenen veel dingen wegdrukken met als gevolg dat de vrouwen vaak gaten in hun geheugen hebben.
Dit leidt tot dissociatief gedrag: de vrouw verliest het contact met haar omgeving en met haar kind. Dit gedrag is te herkennen: een moeder die normaal reageert, speelt in op haar kind en het kind is van nature veel rustiger; een moeder die dissocieert creëert onrust.
Het CKM hamert erop dat de politie niet met de moeder zou moeten praten als het kind erbij is of als zij zwanger is; dit om het kind te beschermen. Binnenkort komen er speciale verhoorkamers in de opvangcentra, waar de politie getuigen kan horen zodat deze niet naar het politiebureau hoeven te gaan. Ook tolken kunnen met deze situatie geconfronteerd worden.
Signalen dat er sprake is van mensenhandel
Waaraan zouden we kunnen zien dat er sprake is van uitbuiting? De vrouwen zijn teruggetrokken; ze zijn continu aan het sms’en; ze vertonen angstig gedrag; ze worden gehaald en gebracht door een man; ze reageren op een aparte manier als er bepaalde mensen of mannen in hun buurt zijn. Zie ook de Signalenkaart van het CKM.
Volgens politiecijfers is er sprake van 60% legale prostitutie. In 2000 is de prostitutie gelegaliseerd. Hierdoor is er veel toezicht en controle ontstaan met als gevolg dat de illegale prostitutie is gegroeid, waarop helemaal weinig zicht is.
In de opvang in Friesland zitten alleen maar buitenlandse vrouwen. In de escortbusiness werken meestal Braziliaanse vrouwen, terwijl Nederlandse vrouwen verdwijnen in de illegale prostitutie.
Buitenlandse slachtoffers hebben het zwaarder dan de Nederlandse slachtoffers. Dat heeft diverse redenen:
- zij hebben geen of slechts een klein sociaal netwerk in Nederland;
- ze hebben vaak onvoldoende scholing;
- ondanks hun verblijfsvergunning vinden deze buitenlandse slachtoffers het moeilijk om een gewoon leven op te bouwen, omdat zij vaak geen scholing mogen volgen;
- de familie van de buitenlandse slachtoffers stoot hen vaak uit, wat tot een groot stigma leidt;
- ze spreken de taal niet of nauwelijks; binnen het CKM wordt wel Nederlandse les gegeven maar dit helpt niet als ze niet komen omdat ze moeten “werken”;
- het cultuurverschil bemoeilijkt het getuigen, want de achtergrond van de buitenlandse slachtoffers, hun perceptie van de omstandigheden en hun ontwikkeling maken dat zij vaak anders tegen de gang van zaken aankijken dan Nederlanders.
Het is een opmerkelijk fenomeen dat buitenlandse slachtoffers, eenmaal in de illegaliteit terechtgekomen, deze niet willen opgeven. Want opgeven van de illegaliteit betekent dat je kunt worden uitgezet. Illegale mensen zijn dus dubbel kwetsbaar en dat heeft zijn weerslag op de werkwijze van de handelaren, die wordt aangepast naarmate de overheid hier alerter op wordt en maatregelen aanpast.
Plegers van delicten zijn in veel gevallen ook zelf slachtoffer (geweest). Het komt voor dat een vrouwelijk slachtoffer zelf “madam” wordt en nieuwe slachtoffers werft. Je ziet dit bijvoorbeeld gebeuren bij Nederlandse meisjes die niet genoeg geld verdienen. Ze ronselen nieuwe collega’s en vergaren op die manier het geld dat ze moeten afdragen.
Tegenwoordig wordt meer en meer via de sociale media geworven.
Hoe kun je de slachtoffers helpen?
Als je meent uitbuiting of mensenhandel te signaleren, kun je dit melden bij de desbetreffende instanties. Klanten, in dit geval dus mannen, kunnen de melding anoniem doen bij Misdaad Anoniem. Helaas doet maar 0,3% van de prostitueebezoekers dit.
Even een feitje: 1 op de 7 mannen gaat naar een prostituee; 1 op de 10 mannen gaat vaker dan één keer per maand. Dit betekent dat er nog steeds veel klandizie is.
De juridische kaders
Er zijn twee trajecten die naast elkaar bestaan, maar die eigenlijk met elkaar verbonden dienen te worden. Het ene traject is van verblijfsrechtelijke aard, de vroegere B9- maar tegenwoordig de B8-procedure. Dit is een verblijfsregeling voor vreemdelingen die slachtoffer van mensenhandel zijn. De slachtoffers krijgen eerst een bedenktijd van drie maanden voor zij aangifte doen.
Als zij aangifte doen, krijgen ze een tijdelijke verblijfsvergunning. In uitzonderingsgevallen kan een verblijfsvergunning worden verkregen zonder aangifte te doen. In dat geval moet het slachtoffer aantonen dat zij geen aangifte kan doen vanwege ernstige bedreigingen of een psychische of fysieke aandoening. De politie moet dan een verklaring hebben afgegeven dat ze slachtoffer van mensenhandel is. (bron: Fier!, maart 2014)
Deze B8-procedure kan dus zeer kort zijn. Daarom verweren advocaten zich hiertegen. Gevolg is ook dat er steeds minder aangiften worden gedaan: in 2011 80%, in 2014 nog maar 30% (voornamelijk door Afrikaanse slachtoffers). In 2014 waren er daarentegen wel 90% aangiften door Oost-Europese slachtoffers.
Het tweede traject is van strafrechtelijke aard. …
Het CKM bepleit om in één asielprocedure alles mee te nemen wat iemand heeft meegemaakt, een mensenrechtelijke benadering: slachtoffers zien en benaderen als slachtoffers. Namelijk inzien dat deze mensen een onduidelijk verhaal vertellen of dingen verzwijgen als gevolg van een combinatie van trauma, angst, het verblijven in een totaal andere culturele context en het in korte tijd moeten ondergaan van allerlei – voor hen onbegrijpelijke – juridische procedures. (bron: Fier!, maart 2014)
Naar aanleiding van de vragen tijdens de presentatie:
- Bij “huisslaven” valt te denken aan vrouwen en meiden van meestal buitenlandse afkomst, die vaak in dienst zijn bij diplomaten. Er is nog weinig zicht op deze groep slachtoffers. Het gaat vaak om een analfabeet meisje tegenover een hoogopgeleid gezin. In dit soort situaties is de kwetsbaarheid voor seksueel misbruik groot.
- In samenwerking met diverse internationale organisaties wordt in de herkomstlanden veel informatie verstrekt, zowel aan de vrouwen en meisjes als aan de overheden. Ook op het gebied van bestrijding van mensenhandel wordt internationaal samengewerkt.
- Als een man gebruik maakt van een minderjarige prostituee, is hij strafbaar. Het maakt dan niet uit of er sprake is van al dan niet onder dwang werken door het meisje. De opvang voor deze minderjarige meiden is echter niet goed geregeld.
De straf voor een enkelvoudige verkrachting is 12 jaar. De straf op mensenhandel is nu nog 6 jaar. Dat strookt nou niet bepaald met elkaar. Op termijn zal de straf op mensenhandel worden verhoogd naar 12 jaar.
- Bij de Nationale Politie heeft mensenhandel geen prioriteit; kinderporno wel. Mensenhandel valt onder de Vreemdelingenpolitie, dus een casus met een 15-jarig Nederlands meisje ook!!
De gemaakte keuzes zijn afhankelijk van de capaciteit die beschikbaar is voor politietaken.
- In Nederland bestaat een dubbele moraal als het gaat om legale prostitutie. De overheid verdient hier namelijk aan door middel van de inkomstenbelasting (!).
Bovendien is het voorstel om te komen tot een landelijke regeling in het wetsvoorstel voor een nieuwe prostitutie-wet gesneuveld. Dit heeft tot gevolg dat er tussen gemeenten onderling een verschillende aanpak van de prostitutie bestaat. In de gemeente Leeuwarden is de minimale leeftijd voor prostituees 21 jaar; in de gemeente Groningen is de leeftijd lager. Dit heeft tot gevolg dat prostituees onder de 21 jaar uit Leeuwarden in Groningen te werk worden gesteld.
Het CKM bepleit een minimumleeftijd voor prostituees van 21 jaar.
—
Ook bekijken: interview met Ineke van Buren van het CKM bij Vandaag de Dag over de opening van een nieuw, gespecialiseerd opvangcentrum in Leeuwarden voor slachtoffers van Mensenhandel (2014).
Meer informatie is te vinden op de website www.ckm-fier.nl of www.mensenhandelweb.nl




